Amsterdammer van het jaar 2011

Eva is door de lezers van Het Parool genomineerd voor Amsterdammer van het Jaar 2011. Interview voor Het Parool door Hans van der Beek, december 2011:

Eva de Klerk (Amsterdam, 1965) is grondlegger van de broedplaats op de NDSM-werf. Sindsdien denkt ze overal ter wereld mee over de rafelrandjes van steden, op het moment in een oude Bijlmerwijk.

“Op jacht naar de rafelrandjes”
Heesterveld. H-buurt. H-society. H-team. Hip-hop. Haute couture. Hotel. Hotspot. Eva de Klerk: ‘Ja, we zitten wat met de H te spelen.’ Dat spelen doet ze in een nu nog kale, doorgebroken woning in Heesterveld, maar binnenkort herrijst hier dé nieuwe hotspot van de Bijlmer. Daar heeft De Klerk de nodige ervaring mee namelijk, gribus omtoveren tot een broedplaats voor jonge ondernemers en creatieven. Eva de Klerk stond aan de wieg van de NDSM-werf. Op haar visitekaartje staat: cultuuraanjager, projectbooster, stadsontwikkelaar van onderop. Dat is wat De Klerk doet, een stad bouwen binnen de stad, liefst in een vervallen loods en met de burgers zelf, geen beleidsplan van bovenaf. Eind jaren negentig was de NDSM-werf zo’n sleeping giant. Hij werd bevolkt door wat nomaden en een paar kunstenaars. Het stadsdeel wilde de meuk het liefst slopen, de bestuurders droomden al van een nieuw Manhattan aan de IJ-oever. De Klerk had haar oog laten vallen op de scheepsbouwloods en overtuigde het stadsdeel ervan dat je een pand aan een projectontwikkelaar kunt verkopen, maar ook zelf onder handen kunt nemen met tweehonderd jonge, ambitieuze kunstenaars, ondernemers en creatieven. Dat levert hetzelfde geld op en de stad behoudt tenminste een bijzondere plek – daar zijn er al veel te weinig van over tenslotte. En zo ontstond de Kunststad, de grootste creatieve broedplaats van het land, met ruim honderd bedrijfsruimtes, ateliers en theaterwerkplaatsen. Ze trommelde de skaters op om hun eigen indoorbaan te bouwen en met Noorderlicht kreeg Amsterdam er een van de meeste bijzondere restaurants bij.

De NDSM-werf werd populair. ‘Mensen vroegen me destijds: ‘Wat moet je in Noord?’ Ik vond het prachtig. Nu vindt iedereen het prachtig. We geven de stad een enorm cadeau. Door van een buurt te houden. Ze wilden het slopen, nu is het cultureel erfgoed, dankzij de burgers.’ En zoals dat gaat: de werf is tegenwoordig een beleggingsobject. Het is de cyclus van het rafelrandje. Eerst komen de kunstenaars en onaangepasten, dan de galeries en daarna de yuppen. Door het succes van de NDSM-werf kreeg De Klerk een reputatie als koningin van de rafelranden en werd ze gevraagd mee te denken over grote internationale projecten, zoals een voormalig vliegveld in Berlijn en een oude scheepswerf in Osaka. En dus ook een huizenblok in de Bijlmer.

Heesterveld was een absolute no-go. Werkloosheid, criminaliteit, verloedering, leegstand. Dan is het plan al snel: tegen de grond ermee. Woningcorporatie Ymere vroeg De Klerk na te denken over een alternatief plan voor de slooppanden en dat heeft ze gedaan. Een vervallen woonblok en een metrohalte voor de deur en Eva de Klerk gaat los, samen met de lokale bewoners. In het blok van 87 huizen zitten inmiddels woonwerkateliers van jonge schilders, dichters, muzikanten, fotografen, ambachtslieden en Rietveldstudenten. Er komt een winkeltje met hippe kleding en sieraden, een kapper, een hotelkamer, een centrale plek voor workshops, tentoonstellingen, etentjes. En een goed restaurant natuurlijk. Geen hotspot zonder goed restaurant. En dan worden nog de louche bergingen opengebroken voor een fraaie onderdoorgang met licht, met plek voor kleine bedrijfjes, een buurtsuper, vrolijk en gezellig, een magneet voor de buurt. Het Bijlmergrijs op de muren wordt overgeschilderd in vrolijke kleuren en er komen lichtblokken met de letter H. ‘Straks rij je met de trein Amsterdam binnen en het eerste wat je ziet is Heesterveld.’

Geef Eva de Klerk een rafelrandje en ze bouwt een paleisje voor je.